Schrijftip

Begin maar. Slecht is ook goed.

Begin maar. Slecht is ook goed.

→ hoe begin je een boek?

→ hoe begin je een boek?

Je wilt een boek schrijven.

Dat is goed nieuws.

Echt.

Niet omdat de wereld dringend nog een boek nodig heeft. De wereld heeft al meer dan genoeg.

Maar omdat een boek schrijven iets met je doet.

Je begint met een idee. Een personage misschien. Een herinnering. Een beeld waarvan je niet goed weet waarom het in je hoofd blijft hangen. Soms gewoon een vaag gevoel dat er ergens een verhaal zit en dat jij degene bent die het moet vertellen.

Het vreemde is dat een boek ook altijd iets over jou vertelt. Je ontdekt hoe je naar de wereld kijkt.

Een boek schrijven is daarom altijd verrijkend. Soms louterend. Regelmatig frustrerend. Maar vooral: het is een avontuur.

En zoals bij de betere avonturen weet je ongeveer waar je vertrekt, maar niet precies waar je zult aankomen.

Dat is geen probleem.

Dat is net de bedoeling.

Maar hoe begin je daar in godsnaam aan?

Dat is waarschijnlijk de vraag die ik het vaakst krijg van mensen die graag een boek willen schrijven.

Hoe begin je?

En meestal volgt er meteen nog eentje:

Moet je dan vooraf al perfect weten wat je gaat schrijven?

Nee. Gelukkig niet. Want als dat de voorwaarde was, zouden er bijzonder weinig boeken bestaan.

Je hoeft bij het begin niet te weten wat er op pagina 237 gebeurt. Je hoeft zelfs niet noodzakelijk te weten wie er op pagina 237 nog leeft.

Natuurlijk helpt het om enig idee te hebben waar je verhaal over gaat. Zeker als je een thriller schrijft, is enige voorbereiding geen overbodige luxe. Maar zelfs met een stevig plan zal je verhaal veranderen terwijl je het schrijft.

Sommige personages blijken interessanter dan je dacht. Andere personages blijken vooral veel ruimte in te nemen zonder iets nuttigs te doen en verdwijnen stilletjes.

Een scène die je maandenlang essentieel vond, werkt plots niet meer.

Een detail dat je toevallig in hoofdstuk twee schreef, blijkt honderd pagina’s later precies te zijn wat je nodig hebt.

Dat is schrijven.

Je bouwt het vliegtuig terwijl je ermee vliegt.

Geen ideale werkwijze in de luchtvaart. Maar voor een (misdaad)roman werkt het verrassend goed.

Je eerste pagina’s zullen waarschijnlijk niet geweldig zijn

Daar kunnen we maar beter meteen vanaf zijn. De kans is groot dat de eerste pagina’s van je boek niet de beste pagina’s van je boek zullen zijn.

Dat is normaal. Sterker nog: ik zou bijna wantrouwig worden als ze dat wel waren.

Wanneer je aan een nieuw boek begint, ben je namelijk nog aan het zoeken.

Naar de toon. Naar het ritme. Naar je personages. Naar de afstand waarmee je naar die personages kijkt. Naar de wereld waarin je verhaal zich afspeelt.

Zelfs als je alles hebt voorbereid, moet je het boek nog leren kennen.

Dat klinkt misschien vreemd. Jij hebt het verhaal toch bedacht?

Zeker.

Maar een verhaal op papier is iets anders dan een verhaal in je hoofd.

In je hoofd is alles geweldig.

Daar hangt perfecte belichting. Iedereen spreekt in messcherpe dialogen. De personages hebben diepgang. De scènes ademen. De muziek zwelt aan op precies het juiste moment.

Dan schrijf je het neer. En staat er: Jan kwam de kamer binnen. Hij was boos.

Welkom bij het schrijverschap.

Schrijf dus gerust slecht

Een van de grootste fouten die je kunt maken wanneer je aan een boek begint, is verwachten dat elke zin meteen goed moet zijn.

Dat verlamt.

Je schrijft drie regels. Je leest ze opnieuw. Je verandert een woord. Je verwijdert een komma. Je zet de komma terug. Je googelt of er eigenlijk een komma moet staan.

Drie kwartier later heeft Jan nog altijd de kamer niet verlaten.

Zo komt dat boek natuurlijk nooit af.

In het begin is er iets veel belangrijkers dan mooie zinnen.

Vooruitgang.

Je moet dat schip van de kade krijgen.

Misschien vaart het nog wat scheef. Misschien lekt het ergens. Misschien blijkt halverwege dat je eigenlijk een andere boot nodig had.

Allemaal problemen voor later.

Schrijf hoofdstuk één. Dan hoofdstuk twee. Dan drie.

Blijf bewegen.

Want ergens onderweg gebeurt meestal iets bijzonders.

Je begint het boek te horen.

En dan komt de flow.

Op een bepaald moment ken je je personages beter.

Je weet hoe ze praten. Je voelt wanneer een scène te lang duurt. Je merkt sneller wanneer een zin niet klopt. Je weet wat er in jouw verhaal thuishoort en wat niet. Je hoeft er minder hard over na te denken.

Het boek begint zichzelf als het ware regels op te leggen.

Dat is de flow waar schrijvers het zo graag over hebben.

Alleen wordt er soms gedaan alsof die flow uit de hemel komt vallen.

Alsof je op een regenachtige dinsdag om 10.17 uur achter je laptop gaat zitten en plots wordt aangeraakt door de muze.

Mijn ervaring is minder romantisch.

Flow ontstaat meestal nadat je al een hele tijd koppig hebt zitten schrijven zonder flow. Je schrijft jezelf ernaartoe.

En daarom is dat moeizame begin geen bewijs dat je het niet kunt.

Het is een proces.

Het begin schrijf je twee keer

Hier zit volgens mij een van de belangrijkste lessen voor wie een (eerste) boek schrijft.

Wanneer je eindelijk het einde bereikt, ben je niet dezelfde schrijver als degene die op pagina één begon.

Je hebt honderden beslissingen genomen.

Je weet ondertussen waar je boek echt over gaat.

En precies daarom moet je terug naar het begin.

Grondig.

Ik zie beginnende schrijvers soms een volledig manuscript afwerken, het nog één of twee keer nalezen, wat zinnen aanpassen en denken:

Klaar.

Ik begrijp dat.

Na driehonderd pagina’s wil je op een bepaald moment ook gewoon champagne drinken en mensen dwingen je boek te kopen.

Maar toch.

Ga terug. Vooral naar die eerste hoofdstukken. Want daar was je nog zoekende.

Wellicht klinkt je hoofdpersonage in hoofdstuk één helemaal anders dan in hoofdstuk twintig.

Maar je ziet het pas wanneer je het einde kent.

Voor mij wordt een boek daarom niet alleen vooruit geschreven.

Op het einde wordt het ook achterwaarts herschreven.

Dus waar begin je?

Hier.

Vandaag.

Niet wanneer je vakantie hebt. Niet wanneer je eindelijk die perfecte schrijftafel hebt gekocht. Niet wanneer je exact weet hoe hoofdstuk 26 eindigt. Niet wanneer je voldoende onderzoek hebt gedaan om een doctoraat te verdedigen over het beroep van je hoofdpersonage.

Open een document. Schrijf de eerste scène. Of schrijf iets waarvan je voorlopig denkt dat het de eerste scène is.

Het verschil ontdekken we later wel.

Maak je geen zorgen als het nog stroef klinkt.

Maak je geen zorgen als je personage nog niet helemaal leeft.

Maak je geen zorgen als je na vijf pagina’s denkt: Mijn god. Wie zou dit ooit vrijwillig lezen?

Iedere schrijver kent dat gevoel.

Je enige opdracht is ervoor zorgen dat er morgen iets staat wat er vandaag nog niet stond.

Een halve pagina. Een scène. Een gesprek.

Vooruitgang.

Want een slechte pagina kun je herschrijven.

Maar met een lege pagina kun je bijzonder weinig.

Dus schrijf.

Schrijf slecht.

OVER DE AUTEUR

Piet Baete is auteur, scenarist en gerechtsdeskundige. Als onafhankelijk analist werkt hij mee aan coldcaseonderzoeken van de federale politie. Hij schreef onder meer voor Professor T., True Crime Belgium en andere Vlaamse fictiereeksen.

Piet Baete is auteur, scenarist en gerechtsdeskundige. Als onafhankelijk analist werkt hij mee aan coldcaseonderzoeken van de federale politie. Hij schreef onder meer voor Professor T., True Crime Belgium en andere Vlaamse fictiereeksen.