Schrijftip
Er bestaat een hardnekkig idee over schrijvers.
Dat ze vooral veel fantasie moeten hebben.
Dat ze achter hun bureau gaan zitten, hun ogen even sluiten en vervolgens complete werelden uit hun hoofd trekken. Personages, dialogen, misdaden, steden, beroepen, geheimen. Alles verzonnen. Alles ontsproten aan een bijzonder rijk brein.
Ik geloof daar niet zo in.
Sterker nog: ik denk dat verbeelding in het schrijven behoorlijk wordt overschat.
Natuurlijk heb je fantasie nodig. Je moet dingen kunnen combineren die nog niet bij elkaar horen. Je moet kunnen bedenken wat een personage zou kunnen doen, welke richting een verhaal uit kan, welke gevolgen een bepaalde keuze heeft.
Maar pure fantasie? Daar kom je meestal niet zo ver mee.
Omdat onze fantasie begrensd is door wat we kennen.
Je kunt je bijvoorbeeld voorstellen hoe een moordonderzoek verloopt. Een lichaam wordt gevonden. De politie arriveert. Er wordt wat geel lint gespannen. Een norse inspecteur kijkt naar de grond, stelt een paar scherpe vragen en weet na vijf minuten dat “hier iets niet klopt”.
Dat kun je verzinnen.
Alleen zal iemand die ooit bij een echt onderzoek betrokken was waarschijnlijk na drie pagina’s voelen dat je geen flauw idee hebt waar je over schrijft.
De lezer is slimmer dan je denkt
Dat is iets wat ik als schrijver steeds belangrijker ben gaan vinden.
Een lezer hoeft een onderwerp niet beter te kennen dan jij om te merken dat jij het zelf niet kent.
Mensen voelen wanneer iets echt is. En ze voelen wanneer je uit je nek kletst.
Meestal zit het in kleine dingen.
In het woord dat een advocaat gebruikt. In de stilte na een vraag. In wat iemand níét zegt.
Precies daarom zijn details zo belangrijk.
De interessante details zijn degene die je alleen kent omdat je ergens bent geweest, met iemand hebt gesproken of iets werkelijk hebt gezien.
Dat is het peper en zout van een boek.
Ik had geluk
Voor mijn werk aan de documentairereeks True Crime Belgium kreeg ik toegang tot een wereld die ik voordien alleen vanop afstand kende.
Ik sprak met advocaten, slachtoffers, procureurs en onderzoeksrechters. Ik leerde niet alleen wat ze deden, maar vooral hoe ze dachten.
En vooral: ik kreeg inzage in echte moorddossiers.
Dat zijn vreemde documenten.
Je leest er een verhoor in en plots hoor je bijna de stemmen.
Hetzelfde ervaar ik in mijn werk met cold cases.
Een man die dood op de oprit van zijn woning ligt. Moordenaar(s) nog altijd onbekend.
Dat gevoel kun je niet googelen.
En precies dat soort kennis neem je mee wanneer je fictie schrijft.
Kijk dus eerst naar je eigen leven
Nu denk je misschien: prima, maar ik heb nooit in een moorddossier gekeken.
Dat hoeft ook helemaal niet.
De vraag is niet: heb jij een spannend leven?
De vraag is: wat weet jij waar een ander weinig van weet?
Werk je als poetsvrouw?
Dan weet jij beter dan wie ook hoe mensen leven wanneer niemand kijkt.
Dan hoeft je hoofdpersonage niet plots CIA-agent te worden.
Misschien is ze een poetsvrouw die wordt ingeschakeld om crime scenes schoon te maken nadat politie en parket er zijn vertrokken.
Daar zit een verhaal in.
Ben je verpleegkundige?
Dan ken je nachten waarin een ziekenhuis compleet anders aanvoelt dan overdag. Je weet hoe families reageren als ze bang zijn. Je weet welke dingen patiënten alleen tegen een verpleegkundige zeggen en nooit tegen een dokter.
Ben je leerkracht?
Dan weet je hoe kinderen liegen.
En hoe slecht volwassenen soms luisteren.
Werk je in een hotel?
Dan zie je mensen aankomen met koffers, minnaars, geheimen en slechte excuses.
Elk beroep heeft een verborgen wereld.
Dat is materiaal.
Geef me het detail dat ik niet kan verzinnen
Als schrijver moet je daarom voortdurend op zoek naar concrete kennis.
Niet alleen naar feiten. Naar details.
Een arts raakt een patiënt anders aan dan in een televisieserie.
Een begrafenisondernemer weet precies welk gesprek mensen vlak na een overlijden voeren.
Een hotelmedewerker weet welke gasten altijd vragen om een kamer dicht bij de lift en welke gasten juist zo ver mogelijk van iedereen willen liggen.
Dat is interessant. Details creëren geloofwaardigheid.
Je hoeft een lezer niet te overtuigen met tien pagina’s uitleg. Soms volstaat één juiste observatie. Eentje waarvan de lezer denkt: Dit moet hij ergens gezien hebben.
Dan geloof ik je.
En zodra ik je geloof, mag je me als schrijver veel verder meenemen.
Maar moet je dan alleen autobiografisch schrijven?
Nee.
“Schrijf over wat je kent” betekent niet dat je alleen je eigen leven mag navertellen.
Het betekent dat je je fictie bouwt op een fundament dat stevig genoeg is.
Je mag een moord verzinnen. Maar weet hoe een moordonderzoek verloopt.
Je mag een chirurg verzinnen. Maar praat met een chirurg.
Je mag je verhaal in een gevangenis laten spelen. Maar ga niet uit van wat je in twintig Amerikaanse films hebt gezien.
Zoek iemand die er geweest is.
Lees.
Praat.
Kijk.
Vraag door.
En als je iets niet weet, wees daar dan nieuwsgierig naar.
Dat is volgens mij een veel nuttigere eigenschap voor een schrijver dan een “rijke fantasie”.
Kennis geeft vertrouwen
Er is nog een reden waarom dit zo belangrijk is.
Je voelt als schrijver wanneer je op glad ijs staat. Je zit in een scène en merkt dat je voortdurend moet raden.
Zou iemand dit zeggen? Mag die persoon daar aanwezig zijn? Hoe lang duurt zoiets eigenlijk? Wat gebeurt er daarna?
Dat is een bijzonder wankel gevoel. En wankel schrijven leest ook wankel.
Op het moment dat je weet waarover je schrijft, verandert dat.
Je wordt rustiger.
Je kunt je concentreren op wat echt belangrijk is: het verhaal.
De personages. De spanning. De emotie.
Kennis maakt je vrijer. Niet minder creatief. Net meer.
Omdat je niet voortdurend bezig bent gaten dicht te fantaseren.
Goed nieuws voor mensen zonder fantasie
Misschien ben jij iemand die denkt dat je geen boek kunt schrijven omdat je “niet genoeg fantasie” hebt.
Maar je hoeft geen wonderbaarlijk universum kunnen verzinnen.
Een goed boek ontstaat niet alleen uit fantasie.
Het ontstaat uit observatie.
Uit kennis. Uit nieuwsgierigheid. En uit techniek.
Je kijkt goed naar de wereld. Je probeert te begrijpen hoe mensen doen en denken. Je verzamelt details. En vervolgens leer je hoe je daar een verhaal van maakt.
Dus kijk eens rond.
Waar weet jij meer van dan de gemiddelde mens? Welke ruimtes ken jij vanbinnen en vanbuiten? Welke gesprekken heb jij gehoord die iemand anders nooit hoort? Welke kleine details zijn voor jou volkomen normaal, maar voor een lezer nieuw?
Begin daar.
Niet bij wat je kunt verzinnen.
Bij wat je weet.
De fantasie komt later wel.
OVER DE AUTEUR