Schrijftip

Vertel traag

Vertel traag

→ spanning en informatiedosering.

→ spanning en informatiedosering.

Beginnende schrijvers hebben vaak haast.

Niet omdat het verhaal dat vraagt.

Omdat ze bang zijn dat de lezer zich anders verveelt.

Dus gooien ze er alles meteen in.

Een geheim in hoofdstuk één. Een lijk op pagina twaalf. Een affaire op pagina twintig. Een onverwachte broer op pagina dertig. En tegen pagina vijftig blijkt niemand te zijn wie hij zegt dat hij is.

Dat voelt snel.

Maar snel is niet hetzelfde als spannend.

Sterker nog: te snel vertellen is een van de beste manieren om spanning kapot te maken.

Haast is bijna altijd onzekerheid

Je ziet het overal.

Een muzikant die niet helemaal zeker is van zijn spel, gaat sneller spelen.

Een voetbalploeg die nog tien minuten heeft om te scoren, vergeet plots dat middenvelders bestaan en begint elke bal zo hard mogelijk naar voren te pompen.

Een slechte spreker merkt dat de zaal stil wordt en begint nog méér te praten.

En een beginnende schrijver denkt:

Ik moet iets doen.

Dat is begrijpelijk.

Je wilt je lezer entertainen. Je wilt bewijzen dat het verhaal goed is. Je wilt vermijden dat iemand na dertig pagina’s denkt: waar gaat dit eigenlijk naartoe?

Maar precies daar gaat het vaak fout.

Je probeert de lezer voortdurend te overtuigen dat hij moet blijven lezen.

Terwijl een goed verhaal hem vooral nieuwsgierig moet maken.

Dat is iets anders.

Niet alles wat je als auteur weet, hoeft de lezer al te weten

Als schrijver weet jij veel meer dan je lezer.

Je weet wie liegt.

Je weet wat er twintig jaar geleden gebeurd is.

Je weet waarom iemand elke avond om exact 22.15 uur zijn huis verlaat.

Je weet waarom een vrouw haar zus al zes jaar niet meer heeft gesproken.

Dat is allemaal informatie.

Maar deze informatie wordt pas interessant wanneer je ze op het juiste moment geeft.

Een beginnende schrijver heeft vaak de neiging om duidelijk te willen zijn.

Bij voorkeur onmiddellijk.

Dus:

Peter keek naar zijn vader. Hun relatie was al jaren slecht sinds zijn vader hem op zijn zestiende had betrapt terwijl hij geld stal uit de lade van zijn moeder.

Prima. Nu weten we het. Alles.

Maar wat moet ik als lezer daar nog mee?

Veel interessanter is misschien:

Peter keek naar zijn vader.

“Nog altijd dezelfde lade?” vroeg hij.

Zijn vader keek hem aan.

“Daar gaan we het niet over hebben.”

Nu weet ik bijna niets.

Maar ik wil wel weten wat er met die lade is.

Dat is het verschil.

Een vraag is vaak waardevoller dan een antwoord

Spanning ontstaat niet alleen doordat er gevaar is.

Spanning ontstaat doordat er iets ontbreekt.

Een antwoord. Een motief. Een stukje verleden.

Als lezer draag je die vraag mee.

Waarom durft hij die kamer niet binnen?

Waarom liegt zij over waar ze die avond was?

Waarom reageert die politieman zo vreemd op die naam?

Waarom heeft iemand een foto uitgescheurd?

Dat zijn kleine openstaande rekeningen tussen jou en de lezer.

En zolang je ze niet allemaal meteen vereffent, blijft er iets bewegen.

De lezer weet: dit komt nog terug. Hij krijgt nog een antwoord.

Dat is een belofte.

En beloften zijn bijzonder nuttig in een verhaal.

Laat je lezer ergens wonen

Er is nog een probleem met te snel vertellen.

De lezer krijgt geen tijd om zich ergens thuis te voelen.

Een verhaal heeft ruimte nodig.

Je moet een personage leren kennen voor je bang kunt zijn dat hem iets overkomt. Je moet een relatie begrijpen voor een breuk pijn kan doen. Je moet een huis een paar keer hebben gezien voor een openstaande achterdeur onheilspellend wordt.

Je moet weten hoe normaal eruitziet voor je merkt dat er iets niet klopt.

Dat kost pagina’s.

Je schrijft een boek. Je hebt er een paar honderd.

Gebruik ze.

Laat iemand koffie zetten.

Laat twee mensen een gesprek voeren waarin ogenschijnlijk weinig gebeurt.

Laat je hoofdpersonage ergens aankomen en rondkijken.

Geef de lezer tijd om de wereld te leren kennen.

Niet elke scène hoeft het verhaal twintig meter vooruit te duwen.

Maar wat met een boek dat te traag is?

Terechte vraag. Want ja: verhalen kunnen saai zijn. Ze kunnen langdradig worden.

Je leest een hoofdstuk en beseft aan het einde dat iemand eigenlijk alleen van de keuken naar de woonkamer is gewandeld en onderweg behoorlijk lang over zijn jeugd heeft geleuterd.

Maar traag vertellen en saai vertellen zijn twee verschillende zaken.

Traag vertellen betekent dat je informatie doseert.

Saai vertellen betekent dat er niets verandert.

Een scène mag rustig zijn, zolang er onder de oppervlakte iets beweegt.

Een vermoeden.

Een kleine verschuiving in een relatie.

Een detail dat niet klopt.

Een zin die later belangrijk zal blijken.

Hou iets achter

Dit is een eenvoudige techniek die je meteen kunt gebruiken. Wanneer je een scène schrijft, vraag jezelf dan af:

Wat weet ik dat mijn lezer nu nog niet hoeft te weten?

Bewaar het.

Beginnende schrijvers willen vaak laten zien hoeveel verhaal ze hebben.

Ervaren schrijvers durven het achter te houden.

Geef een halve waarheid.

Laat een detail botsen.

Bouw rustig.

Deel je informatie met mondjesmaat.

Vertel trager dan je instinct je ingeeft.

OVER DE AUTEUR

Piet Baete is auteur, scenarist en gerechtsdeskundige. Als onafhankelijk analist werkt hij mee aan coldcaseonderzoeken van de federale politie. Hij schreef onder meer voor Professor T., True Crime Belgium en andere Vlaamse fictiereeksen.

Piet Baete is auteur, scenarist en gerechtsdeskundige. Als onafhankelijk analist werkt hij mee aan coldcaseonderzoeken van de federale politie. Hij schreef onder meer voor Professor T., True Crime Belgium en andere Vlaamse fictiereeksen.