Schrijftip
Er is één vraag die zowat elke auteur vroeg of laat krijgt.
Waar haal je je inspiratie vandaan?
Het klinkt alsof er ergens een geheime bron bestaat waar schrijvers af en toe naartoe wandelen met een emmer. Alsof ideeën schaars zijn en je vooral moet hopen dat er nog iets overblijft wanneer jij aan de beurt bent.
Die obsessie met inspiratie heeft volgens mij vooral te maken met de angst voor het tegenovergestelde: writer's block.
Volledig stilvallen. Geen enkele zin meer kunnen bedenken. Niet meer vooruit raken.
Het is een nogal extreem beeld van schrijven, en vreemd genoeg lijkt het bijna exclusief voor auteurs te bestaan. Je hoort zelden een neurochirurg zeggen dat hij bang is dat hij halverwege een hersenoperatie plots geen inspiratie meer zal hebben. Een loodgieter staart doorgaans ook niet uren naar een lekkende kraan in de hoop dat de muze verschijnt.
Schrijvers doen dat wel.
We hebben het idee gecreëerd dat schrijven afhankelijk is van een soort magische stroom die plots kan opdrogen.
Natuurlijk kun je vastlopen. Iedereen die lang genoeg schrijft, kent momenten waarop een scène niet werkt, een hoofdstuk dood aanvoelt of je geen idee hebt hoe je van A naar B moet raken.
Maar dat betekent niet dat de ideeën verdwenen zijn.
Meestal betekent het dat je stilstaat.
Ideeën krijgen kinderen
Inspiratie werkt zelden als één grote blikseminslag. Meestal begint ze klein.
Met een beeld. Een vreemde opmerking. Een nieuwsbericht. Een herinnering. Iemand die je op straat ziet. Een zin die je ergens hoort en die om de een of andere reden blijft hangen.
Of met die eenvoudigste vraag van allemaal: Wat als...
Stel dat je begint met een man die elke avond op hetzelfde uur aan een bushalte staat, maar nooit op een bus stapt.
Zodra je ermee begint te werken, komen er vragen.
Waarom staat hij daar? Op wie wacht hij? Heeft hij daar vroeger iemand ontmoet? Weet iemand anders dat hij er elke avond staat? En wat gebeurt er wanneer hij op een avond niet komt opdagen?
Elk van die ideeën kan weer nieuwe vragen oproepen.
Zo werkt schrijven heel vaak. Niet door één geniale ingeving die een compleet boek bevat, maar doordat het ene idee het volgende wakker maakt.
Je hoeft niet geïnspireerd te zijn om te beginnen schrijven. Heel vaak werkt het precies andersom: je begint te schrijven en daardoor ontstaat inspiratie.
Een personage zegt plots iets wat je niet had gepland. Tijdens hoofdstuk zes bedenk je iets waardoor hoofdstuk twee opeens veel interessanter wordt. Je schrijft een scène die nergens naartoe lijkt te gaan en ontdekt drie pagina's later waarom je ze nodig had.
Dat gebeurt alleen wanneer je bezig bent
De muze houdt van beweging. Ze heeft opvallend weinig interesse in mensen die met gekruiste armen op haar zitten te wachten.
En hier komen we opnieuw bij iets uit de eerste blog: je moet slecht durven schrijven.
Wie alleen wil schrijven wanneer elke zin briljant is, maakt het zichzelf bijzonder moeilijk. Dat is de ideale voedingsbodem voor writer's block.
Niet een gebrek aan inspiratie. Maar een gebrek aan beweging.
Dus schrijf ook wanneer je niet precies weet waar je naartoe gaat.
Schrijf een gesprek. Een halve scène. Drie regels over een personage. Noteer wat hij altijd bestelt op café, welk woord hij irritant vaak gebruikt of waarom hij nooit met zijn rug naar een deur zit.
Het hoeft niet meteen in je boek terecht te komen.
Maar je bent bezig.
En zolang je bezig bent, geef je nieuwe ideeën de kans om te ontstaan.
Het echte probleem is niet inspiratie
Als je voldoende schrijft en blijft kijken naar de wereld rondom je, krijg je waarschijnlijk meer ideeën dan je ooit kunt gebruiken.
Maar net daar begint het moeilijkere gedeelte: kiezen. Want niet elk idee is een goed idee.
Sterker nog: de slechte ideeën zijn meestal ruimschoots in de meerderheid.
Een idee kan grappig zijn zonder nuttig te zijn. Slim zonder iets aan je verhaal toe te voegen. Spectaculair, maar totaal verkeerd voor het boek dat je aan het schrijven bent.
Een van de belangrijkste vaardigheden die je als schrijver ontwikkelt, is daarom niet het bedenken van ideeën, maar het leren herkennen welke ideeën je verhaal beter maken.
Welke verdiepen een personage?
Welke vergroten het conflict?
Welke zorgen ervoor dat je als lezer plots iets anders begrijpt?
Dat onderscheid leer je niet uit een handboek.
Je leert het door te schrijven. Door een boek af te maken. Door te publiceren. Door reacties te krijgen. Door achteraf te zien welke keuzes werkten en welke vooral in je eigen hoofd briljant leken.
Dat proces stopt trouwens nooit.
Een boek is een levend ding
Voor mij verandert een verhaal terwijl je eraan werkt. Personages groeien. Verhaallijnen schuiven op. Een detail dat onbelangrijk leek, wordt plots essentieel. Een idee waar je weken aan vasthield, blijkt totaal overbodig.
Je voegt toe. Je schrapt. Je probeert.
En langzaam krijgt het boek zijn vorm.
Je weet waar je begint. Niemand weet precies waar je eindigt.
Inspiratie komt zelden vóór het schrijven.
Ze komt omdat je schrijft.
OVER DE AUTEUR