Schrijftip
Stel jezelf bij elk boek of film twee vragen:
1/ Waar gaat het over?
2/ Waar gaat het écht over?
De eerste vraag gaat over het verhaal dat je kunt navertellen. Over het dramatische doel uit de vorige blog. Iemand wil iets en probeert dat te bereiken.
Een politieman wil een moordenaar vinden. Een vader wil zijn dochter redden. Een soldaat moet een andere soldaat terugvinden.
Dat is de motor.
Maar onder die motor zit, als het goed is, nog iets anders.
Een tweede verhaal.
Niet over wat je personages doen, maar over wat jij als schrijver echt wilt vertellen.
Daar ontstaat diepgang.
Eerst hebben we het banale verhaal nodig
Laten we beginnen met Se7en.
Oppervlakkig bekeken is het verhaal bijzonder eenvoudig. Twee rechercheurs, Somerset en Mills, proberen een seriemoordenaar te vinden die zijn moorden baseert op de zeven hoofdzonden.
Dat is het verhaal. Daarom blijven we kijken.
Wie is de moordenaar? Waar slaat hij opnieuw toe? Kunnen ze hem stoppen?
Een prima dramatisch doel.
Maar Se7en zou geen klassieker zijn geworden als de film alleen daarover ging. Onder het moordonderzoek zit een veel ongemakkelijkere vraag.
Wat als de wereld waarin deze moorden plaatsvinden zelf ziek is?
De stad in Se7en is niet zomaar een decor. Ze voelt vuil, onverschillig en moreel uitgeput. Mensen kijken weg. Niemand lijkt nog verbaasd over geweld, hebzucht, lust of wreedheid.
De film doet iets veel spannenders dan simpelweg een krankzinnige moordenaar tegenover twee goede politiemannen zetten.
Hij zorgt ervoor dat je af en toe begrijpt waar de walging van de serial killer vandaan komt.
Soms begrijp je de moordenaar beter dan zijn slachtoffers.
Dat betekent niet dat je zijn daden goedkeurt. Het betekent dat de film erin slaagt je morele zekerheid even te laten wankelen.
Dat is waar Se7en écht over gaat.
Niet alleen over het vinden van een seriemoordenaar. Maar ook over de vraag hoeveel kwaad je elke dag moet zien voordat je zelf het geloof in mensen verliest.
Somerset is bijna zover. Mills nog lang niet.
En tussen die twee mannen speelt zich het echte verhaal af.
Het verhaal onder het verhaal
Het oppervlakkige verhaal houdt je in je stoel.
Het diepere verhaal blijft in je hoofd zitten na het einde van het boek of de film.
Saving Private Ryan.
Het dramatische doel kan nauwelijks eenvoudiger zijn.
Captain Miller en zijn mannen moeten soldaat James Ryan vinden en naar huis brengen.
Eén man. Eén missie.
Alleen ontstaat er al snel een probleem dat veel groter is dan die opdracht.
Hoeveel levens mag je riskeren om één leven te redden?
De mannen die Ryan zoeken, worden gewond. Ze sterven. Ze vragen zich zelf af waarom zij hun leven op het spel moeten zetten voor iemand die ze niet eens kennen.
Dat is geen klein detail in het verhaal. Dat is het verhaal onder het verhaal.
Waarom zou het leven van Ryan belangrijker zijn dan dat van Miller? Of van Wade? Of van iedere andere soldaat die onderweg sterft?
Rekenkundig klopt het niet. Tien levens opofferen om één leven te redden is een rotslechte deal.
Maar mensen zijn geen rekensommen. En daar raken we het thema.
De film gaat over offers. Over plicht. Over de waarde die we aan één mensenleven geven. Over de vraag of er dingen bestaan die belangrijk genoeg zijn om er iets van jezelf voor op te geven.
FC De Kampioenen
Dat brengt ons bij een reeks waar gemakkelijk lacherig over wordt gedaan.
Hoe kan het dat dit nog altijd wordt herhaald? Hoeveel keer kan Boma nu eigenlijk mijn gedacht zeggen?
Maar je kunt niet tientallen jaren lang miljoenen mensen bereiken als er helemaal niets onder de oppervlakte zit.
FC De Kampioenen gaat over een caféploeg met een indrukwekkend gebrek aan voetbaltalent.
Maar in de kern gaat de reeks over verbondenheid. Een groep mensen die verre van perfect is, maar toch bij elkaar hoort.
Op het veld zijn ze losers. Naast het veld zijn ze kampioenen.
Ze maken ruzie, liegen, klungelen, zijn jaloers, irritant en soms spectaculair dom.
En toch komt het goed. Ze blijven samen.
Misschien is dat wel de werkelijke belofte van de reeks: je hoeft niet perfect te zijn om ergens bij te horen.
Sterker nog: misschien is het net binnen die imperfectie dat verbondenheid ontstaat.
Dat is ijzersterk.
De twee verhalen moeten elkaar versterken
Het mooiste gebeurt wanneer het oppervlakkige verhaal en het diepere verhaal niet naast elkaar bestaan, maar elkaar voortdurend voeden.
Bij Se7en dwingt de zoektocht naar John Doe de twee politiemannen steeds dieper in zijn wereldbeeld.
Bij Saving Private Ryan maakt elke nieuwe dode de vraag moeilijker of Ryan werkelijk al die offers waard is.
Het dramatische doel produceert dus automatisch de thematische vraag.
Dat is sterk schrijven. Je plakt geen thema bovenop je verhaal. Het zit erin.
Daarom kan het nuttig zijn om tijdens het schrijven twee zinnen op te schrijven.
Mijn verhaal gaat over?
en
Mijn verhaal gaat écht over?
Bijvoorbeeld:
Mijn verhaal gaat over een vrouw die haar verdwenen broer probeert terug te vinden.
Mijn verhaal gaat écht over de vraag hoeveel waarheid een familie aankan.
Als je op beide zinnen een helder antwoord kunt geven, heb je veel. Want uiteindelijk wil je dat de lezer zichzelf tegenkomt.
Het diepere verhaal is wat ervoor zorgt dat we iets voelen. Dat we ons herkennen. Dat we na afloop nog een discussie voeren.
Dat een scène jaren later plots opnieuw in ons hoofd verschijnt.
OVER DE AUTEUR